Brakrock

Food for foodies

Johan Giglot
Park Ter Elst, Duffel7 augustus 2026

We vragen het ons nog steeds af. Hebben we de “brak” van Brakrock - op 7 en 8 augustus - nu te danken aan het troebele water van de mooie parkvijvers, meer en meer onderhevig aan hitte minnende blauwalgen, of slaagt de “brak” op het gevoel van een stevig dagje festivallen – voornamelijk gevoed door het gamma klassieke Belgische speciaalbieren in de fraaie houten Belgian Beer Bar? Of moeten we de “brak” gewoon even vrij interpreteren als hoe de organisatie met “rock” omgaat. Want u en ik weten natuurlijk na tig edities dat het hier om het meest indrukwekkende punk- en hardcorefestival van de Benelux gaat (sorry, Ieper HC Fest!). Bewijs? Kijk eens even naar de vijf grootste namen van afgelopen edities. Of naar de stevig gevulde poster van 2026. Food for foodies.

Brakrock
Foto: Johan Giglot

Pubrockers unite! Want in de slipstream van Dropkick Murpy’s en Flogging Molly mag Roughneck Riot uit Warrington, UK deze tweede festivaldag mee openen. Met als vanzelfsprekende wapens trekzak, banjo en mandoline, werkte dit zestal al meteen stevig op de dans- en pogobenen. Hoewel het voor dat laatste misschien nog wat vroeg was. Die Ierse folk touch en Pogues-riedeltjes blijven toch altijd werken! De band gaf zelf toe wat lui te zijn met slechts vier optredens in 2026 - bevestigd door het feit dat gewoon een A4-kopietje met de bandnaam achteraan in het podium hing in plaats van een backdrop - maar gaf Brakrock wel de beste punten.

Over naar de eerder aangekondigde tv-figuur en platte kempenaar Tijs Vanneste, die samen met de stonerrockers van Tangled Horns covers bracht met een geografische kwinkslag in. Op zich misschien een beetje raar om in één setlist zowel Bowie, de Pistols als Kris De Bruyne te willen combineren. En af en toe wrong het ook echt wel wat bij het wat ruigere publiek, dat nog niet echt wakker bleek vroeg in de middag van dag 2. We geven wel dikke punten voor de heerlijk loodzware, psychedelische vertolking van Bowies Where Are We Now (géén voor de hand liggende cover), met zijn mooi opbouwende “as long there’s the sun / as long there’s the rain / as long as there’s you” mantra. En Pretty Vacant klonk ook nog nooit zo stevig als door het gitaargeweld van deze heren, in mooie banen geleid door Tijs en Tim “den Tok”.

Ballyhoo uit Maryland maakte er dan wel een leuker feestje van. Eentje met Caraïbische reggaesaus. Voor een derde keer op rij met meer fun en humor dan echte maatschappelijke punk seriousness. Wat geheel niet erg was, want we wisten dat de echte “shit” nog zou komen, hoewel er met Jaya De Cat ook nog wel wat reggaetunes zouden volgen. Toch konden we ook geen echt verpletterend gevoel van deze vijf Amerikaanse drinkbroers krijgen. Misschien klonk de synthesizer (!) wat veel door, of vonden we de hardrockgitaarsolo’s van iemand met een Kesha-shirt wat bizar? Maar er werd veel meegezongen en gehandclapt, dus de summer vibes werden goedgekeurd.

En dan werd het publiek op een verkeerd been gezet, want de legendarische hardcoreband Adolescents bleek vast te zitten in het verkeer en Toxic Shock kwam hen dus vroeger in de line-up vervangen (waardoor de Adolescents op een ander podium nadien kwamen). Enkel werd dat noch met een moderne app, noch via aankondigingen ergens meegedeeld, tot frustratie van sommige fans.

Hoe het ook zei, voor venijn, moet je trouwens ook bij onze Antwerpse Toxic Shock zijn. En vooral ook bij de ongebreidelde energie en presence van frontman Wally, die al bij het eerste nummer de podiumtrussen in klom, maar nadien ook met een salto van het podium in de struiken zou duiken of van de drums af zou stuiteren. Alsof hij de ongebreidelde energie van Cro Mags-brulboei Harley Flanagan – die een jaar eerder op hetzelfde tijdstip en podium daar stond – wilde overtreffen (met verve!.) Ooit traden de “shockers” in de voetsporen van grote voorbeeld Suicidal Tendencies, met vooral een crossover van hardcore en snedige trashgitaarfrasen. Maar die fase zijn ze duidelijk ontgroeid met hun voortdurende energieke, noisy en razendsnelle songs. Tijd voor mee te zingen kreeg je niet, tijd om mee te brullen soms. Songs als 1,2,3,9 en Quick To Forget uit de net uitgekomen plaat ‘Future Is Calling’ zijn technisch complexe en snel wisselende stukken hardcorepunk, waar gelukkig ook brokken Mr T. en I Shot Joe Biden uit de oude doos tussen mochten razen.

Tijd voor volwassen punkers. Want dat heb je met een eighties California hardcorelegende als Adolescents, natuurlijk. Je weet vooraf dat je zowat heel het vijfenveertig jaar oude (!) debuut van de heren te verteren krijgt, met classics als Rip It Up, L.A. Girl of Kids Of The Black Hole, maar met het live venijn van “langharig tuig” Tony Adolescent erbij, blijft het gezelschap keer op keer gaan voor die oer-hardcore feelings. Adolescents is venijn. Zonde dat zowel felle zon, het overhaast opstellen als de stevige feedback in de monitors de band zo parten bleef spelen. Al werd het venijn van korte hardcoresongs of zelfs een meer melodisch Lockdown America daardoor misschien net nog wat scherper, net als de dikke “fuck Trump” die daarbij hoorde.

Het viel trouwens op dat we tot de vroege avond nog bespaard bleven van echte streetpunk of oi! bands. Hoog tijd voor het Californische Total Chaos dus, een legende met ook al bijna vier decennia schenenschopperij op zijn CV. “We’re the punks”, gooide Rob Chaos al snel in het publiek, alsof dat met alle hanenkammen op podium en in het publiek al niet duidelijk was. De vlotte, hapklare en meeroepbare streetpunksongs met eenvoudige boodschappen werden door de metalen brulstem van de frontman erg scherp en luidruchtig. Wat Exploited frontman Wattie in de coulissen duidelijk kon smaken. Net als classics als Riot City, Fuck The System of Be What You Want. Zeggen die titels voldoende?

Feestje op de kleinere en meer afgelegen Lakestage met The Dreadnoughts uit Vancouver, Canada (en Londen, Ierland en Polen). Het zestal zijn aanstekelijke feestmix van folk en pubpunk liet zich live vooral opmerken door humor en onbezonnenheid. Of wat van deze? 1. Een drummer uit het publiek vervangt de oorspronkelijke drummer die één song lang door het publiek naar de biertoog wordt gedragen (om bediend te worden). 2: Captain Jack Sparrow die mee in het publiek hotst. 3: Een folkfeestje met de langste schlagertrein ter wereld om naar het volgende podium/artiesten een dikke middenvinger te tonen. 4: Een aanval op België dat enkel smurfen, Tintin en Adolphe Sax heeft voortgebracht, gevolgd door een “papa smurf”-verkiezing met de gekende tune op trekzak. Polka’s not dead. Dat is duidelijk. Kurwa.

Long time Fat Wreck-poulains Good Riddance die hardcore punkvibraties verzoenen met de melodieuze skatepunkmuziek van het legendarische label. Heeft net zijn tiende studioplaat ‘Before The World Caves In’ uit. In goede banen geleid door dierenrechtenactivist en straight edge-aanhanger Russ Rankin, wat zowel voor de nodige politieke als spirituele aspiraties zorgt. De Good Riddance-show mocht dan ook gaan lopen met de echte, oude Lintfabriek-spirit. Razendsnel en scherp als een mes. Maar ook vol meezingharmonieën en boodschappen uit het hart, hoogtepunt na hoogtepunt. (Voor de smullers: Weight Of The World, One For The Braves, In Pieces en natuurlijk Darkest Days)

Spreek ons gerust tegen, maar het duurde even vooraleer Wattie zijn The Exploited op scherp kreeg. Pakweg een vijftig seconden, ofte de helft van opener en classic Let’s Start A War (Said Maggie One Day). “We’re the exploited. And punk’s not dead”, zouden zijn laatste woorden na veertig minuten onversneden streetpunkenergie zijn. De heerlijke combinatie tussen singalongs en metalgrooves en de vurige verschijning van de bijna zeventigjarige punker, blijft legendarisch. Net als de vele classics – van het furieuze The Massacre tot een scandeermoment van Sex And Violence met heel de menigte. “Chaos Is My Life”, aldus de woeste barmy army frontman en zijn vele volgelingen.

We gunden ons even ademruimte om de vele punkimpressies te verwerken. Om even na te genieten van een huwelijksaanzoek bij Jaya The Cat (positief bevestigd door een verraste bruid in wording). Of om te glimlachen bij een tiener die in het voorbijgaan plots “aren’t you the drummer from…?” opwierp, waarna de muzikant vol enthousiasme en bevestiging de jongeling mee backstage nam. Want dat is natuurlijk het échte Brakrock. De sfeer, de kleinschaligheid en het voortdurende contact tussen muzikanten en fans. Zo nabij als je maar had willen dromen.

Maar dan zouden we eindigen bij dé NYHC legende Agnostic Front. Het toonbeeld van “united we stand”-spirit, rebellie, energie en tattoofurie. En die lieten ons – eerlijk – wat in de kou staan. Na een lange opkomst van twee volledige introtunes (Frank Sinatra’s New York en Morricones Good, Bad & The Ugly), kwam een erg rommelige en korte setlist met een Run DMC-knipoog en een korte ode aan de net overleden Sick Of It All-frontman Lou Koller. Maar ook één met instrumentenwissels tijdens nummers zelf, vage boodschappen (My Life My Way) en een duidelijk Gotta Go. Het leek wel of de band zelf niet snel genoeg het podium terug af wilde. Het was wij of zij, maar iemand was duidelijk verzadigd.

Maar al bij al wel een verzadiging met een dikke glimlach, nieuwe vriendschappen en veel unieke momenten in het achterhoofd. Sie joe nekst jier, Brakrock!

← Terug naar overzicht