Islands, Parts & Labor

De lambada en zijn donkere kantjes

Sanne De Troyer
Vooruit Kunstencentrum, Gent6 februari 2009

Een paar maanden geleden kon je voor een portie Canadese muziek in de Vooruit op Etoiles Polaires terecht. Islands miste toen de trein, maar met enige vertraging kregen ze dan toch nog een plekje op de agenda. De groep ontsproot aan het brein van Nicholas Thorburn, die na het opdoeken van The Unicorns op zoek was naar een nieuwe uitdaging.  Muzikaal werden ze al bijgestaan door Arcade Fire en Wolf Parade. Maar ook zonder deze kleppers is hun muziek om duimen en vingers bij af te likken.


Wij appreciëren het altijd als bands andere bevriende bands mee op tour nemen en vooral als die bands dan ook nog eens de moeite waard zijn. Dat was het geval met Parts & Labor, een bende hipcats uit Brooklyn. Eerder stonden ze al in het voorprogramma bij Battles en TV on the Radio. In de Vooruit bewezen ze dat een voorprogramma soms echt de moeite kan zijn om wat vroeger naar de zaal af te zakken.

Islands, Parts & Labor

De nummers van Parts & Labor beginnen meestal met poppy synthdeuntjes die halverwege totaal van route veranderen en losbarsten in een allegaartje van noisegekletter. Pop en noise zijn in hun geval tegengestelden die elkaar dan toch weer mooi aantrekken en live iets overweldigends teweegbrengen. The Gold We ‘re Digging moet het hebben van nerveuze drumsecties terwijl Fractured Skies uitmondt in een groots vuurwerk van drums en electronica. Dan Friel en B.J. Warshaw hebben de perfecte stem om daar zweerderig overheen te schreeuwen en te neuriën.

Parts & Labor verdient wat ons betreft in de toekomst een hoger plekje op de affiche, op voorwaarde dat zij op hun beurt dan een waardig voorprogramma meebrengen.

Islands is een geestige bende die hun ei kwijt kunnen in muziek die je nog het best kan omschrijven als bombastische powerrock met hier en daar een vleugje ska. De setlist werd vooral samengesteld uit hun laatste album ‘Arm’s Way’.

Thorburn heeft een smekende zangstem dat je bij je nekvel vastgrijpt en je vervolgens een heel concert lang ook niet meer loslaat. Naast de doorsnee bezetting, komen er ook nog koperblazers en violen aan te pas. Ook de portie samenzang kan tellen zoals bijvoorbeeld in Abominable Snow. The Arms is dan weer in elkaar gepuzzeld met obscure gitaarriffs terwijl de vioolriedeltjes het geheel opvrolijken. Zo komt op Creeper het donkere kantje van Islands duidelijk aan de oppervlakte terwijl Pieces of You mede door de tropische deuntjes al snel doet wegdromen naar zonovergoten palmboomstranden.

Over hun muziek is behoorlijk goed nagedacht, maar het is pas live dat hun uitgesponnen arrangementen mooi tot uiting komen.  J’aime Vous Voir Quitter is er zo eentje dat als een sneltrein voorbij davert tot ze plots - en dat getuigt wel van enorm veel lef - een melodietje inzetten dat zwaar doet denken aan de lambada. Op zich geen voor de hand liggende combinatie. Maar als Islands’ muziek zich tot rare electrogamebliepjes en hoge zangstemmetjes leent, waarom dan ook niet tot de lambada? Het werkte alvast aanstekelijk.

← Terug naar overzicht