Sonic City

Zestien bands, maar aan het eind wint Dirty Three

Christophe Demunter
Depart Evenementenhal, Kortrijk — 7 november 2026

Op vrijdag konden we opwarmen met vier bands, maar op zaterdag was het alle remmen los met een slordige zestien bands op het parcours.

Sonic City
Foto: Alex Vanhee

Met zeven vulde The Kind vlotjes het podium, maar ook voor het podium was de Club al aardig gevuld om halftwee 's middags. Wij zijn dat gewoon van het trouwe en hongerige Sonic City-publiek, maar de Zweedse band leek erg aangenaam verrast met die vroege opkomst. De band bracht brave, mooie indierock zonder al te veel weerhaakjes. Ideaal om die haastig verorberde bolognese rustig te verteren, maar soms ook dromerig donker en weids, zoals in Matt. Prima opener en wat ons betreft een StuBru-chouchou in wording!

We bleven tot het einde hangen bij het aanstekelijke The Kind en dus restte ons maar een klein stukje Christina Carter meer. In een heel ander universum aanbeland, vonden we minimale percussie en een amper hoorbare melodica, maar vooral Christina Carters poëtische stem. Ze plukte vooral uit 'Texas Modern Exorcism' uit 2013, toen ze naar eigen zeggen voor het laatst in Kortrijk was. Voor de slotsong werd ze begeleid op gitaar, en we raakten stilaan het pad van de trip kwijt. Maar daar lonkte Bleak Squad al.

Met onder andere Mick Harvey (Birthday Party, Bad Seeds) en Mick Turner (Dirty Three) in de rangen is Bleak Squad een soort supergroep van in Melbourne gewortelde muzikanten. Het viertal serveerde zompige, doorleefde rock noir. Niet zo verwonderlijk gezien de vele watertjes (en andere substanties) die de bandleden al doorzwommen. Mick Harvey en zangeres Adalita wisselden elkaar af aan de microfoon, maar vooral de samenzang greep naar de keel. Na een pakkend Everything Must Change installeerde Harvey zich achter de drumkit voor het weinig opbeurende World Go To Hell ("Make it all go away / let the world go to hell"). De set rond het vorig jaar verschenen debuut 'Strange Love', eindigde met Melanie, maar niet voordat Harvey ons verwittigd had dat het een lange song zou worden. "Je mag gerust al vertrekken, maar als je je niet eenzaam wil voelen, blijf dan gerust hier". Wie bleef, was niet noodzakelijk eenzaam, maar had wel gelijk.

Van een stel doorwinterde rotten naar een bende jonge snaken, op Sonic City moet je er maar een paar tiental meter voor stappen. In de Club stond Louis Ottley al in het rond te schoppen. We wrikten ons een weg naar binnen in de overvolle zaal en vonden er goede Britse punk van een band uit Hamburg. De band had ons een paar nummers mee, maar toen verzandde het toch een beetje in middelbaarpunk. Zo werden we verwittigd dat He Said She Said niet voor jonge oortjes was, want de song gaat over alcohol. "Maar ja, we zijn een punkband. Dus moesten we wel zo'n song schrijven". De Sonic City-catering werd lief en attent bedankt en we leerden dat de frontman inspiratie haalde uit zijn moeders platen van The Specials. Toch was het al bij al maar een matige kennismaking. Niet enkel voor ons, want toen we na een half uurtje verkasten, bleek de Club al fel uitgedund.

Minder jong en springerig ging het eraan toe in de Box. In die meer experimentele uithoek van Sonic City was het muisstil tijdens de set van Maxine Funke. We zagen de Nieuw-Zeelandse twee dagen eerder al in een soort huiskamer in Gent, maar ook op een festival verstilden de warme, herfstige keyboardnoten en de spaarzame gitaar van reisgezel Clayton Noone. De folky lo-fi klonk als een spaarzame echo van bands als HTRK of Movietone, terwijl Funke's stem bijwijlen Nico echode. Eenvoud en schoonheid om met gesloten ogen te consumeren. Het duo bekende zich best wel thuis te voelen in Kortrijk "want het weer is hier hetzelfde als op het zuideiland van Nieuw-Zeeland". Grijs en druilerig: Kortrijk en Dunedin, één front.

Ook van Nieuw-Zeeland naar Argentinie is het op Sonic City maar een paar minuten stappen. In de grote zaal was de bijna vijfenzestigjarige Juana Molina intussen al aan de set begonnen. Enkel geflankt door een percussionist, creëerde ze met keyboards, gitaar en synths, maar vooral met heel veel loops en pedaaleffectjes, een totaalsound die niet enkel de zaal aan het dansen kreeg, maar ook haarzelf tot danspasjes verleidde. Wij probeerden aan de verleiding te weerstaan zodat we op tijd post konden vatten in de Club voor Caroline No.

Zestig jaar geleden sloot een song genaamd Caroline No de Beach Boys-plaat 'Pet Sounds' af, maar laat dat vooral een irrelevante en misleidende referentie zijn. De verwachtingen bij de gelijknamige band waren hoog, maar al gauw beseften we dat we, elf maand ver in het jaar, ons singer-songwriter-quotum ruimschoots hadden overschreden. De rustige songs van het duo lieten ons niet alleen redelijk onberoerd, ze lieten ook toe dat we een maag hoorden grommen.

Het was een geluk bij een ongeluk, want door de vroegere pitstop, verzeilden we uiteindelijk toch bij Alex Rex, de enige act van de dag die we dachten te kunnen overslaan. Het werd het meest hilarische optreden van de dag, zowel door de teksten als de bindteksten. Bijgestaan door twee mede-zangers (en -fluiters) bracht hij met een gebroken stem folky niemendallen. "We zijn alle drie single. Can you believe it?", vroeg hij het publiek. Tja, als je getooid in een glitterend geraamte-T-shirt op een podium staat, wat wil je? Nu, Alex bleek ook een andere job te hebben, want nadat hij had gepolst wie dinsdag in de AB naar Bonnie 'Prince' Billy gaat, merkte hij op dat hij in die band drumt. Intussen was het ijs al helemaal gebroken en kreeg hij de zaal gemakkelijk mee om met zijn allen het refrein "What shall we do with the human race", te zingen. Of we de Belgische podcastster Esther Perel kennen, vroeg hij. "Ze leerde me alles over de liefde". Waarop iemand uit de zaal gevat riep dat net dat de reden is dat hij nog single is. Het was een uiterst gezellig onderonsje dat ook nog eens bol stond van de zelfrelativering. "This is what we sing about when we have nothing to sing about", bekende hij. Maar ook quotes als: "I ran out of other people's ideas" of "Alex Rex is charming, at least if you like a has-been" in slotsong Ghost In My House deden de mondhoeken krullen.

Van krullende mondhoeken naar krullende tenen, helaas is het soms een dunne lijn. Het contrast tussen onze disgenoot Alex Rex en de erg aanstellerige Elias Ronnenfelt, bij wie we twee minuten later aanbelandden, was te groot om van 's mans concert te genieten. Voer voor wie niet tot februari 2027 kon wachten op het concert van Ice Age in het Gentse Wintercircus (de man is ook zanger van die Deense band), maar in een verrassend geduldige bui verhuisden we snel naar de Club.

Na het Deense dipje lieten we ons gewillig rondslingeren in de flipperkast die Melt-Banana genadeloos bediende. De twee Japanners zorgden voor de luidste set van de dag. Zo'n geluidsmuur die je broekspijpen doet wapperen en los doorheen je oordoppen schiet. De nummers werden afgehaspeld als was alles op een verkeerd toerental gepitcht. Wie dacht dat het duo dit geen half uur zou volhouden, was mis. Integendeel, na een half uur kondigde Yasuko Onuki aan dat ze acht korte songs zouden spelen. Inderdaad, in een vijftal minuten (of was het zelfs korter?) raasde gitarist Ichirou Agata door die reeks. Wanneer iemand ons er nog eens op wijst dat we meer moeten sporten, zouden we wel een dagelijkse work-out van vijftig minuten met Melt-Banana overwegen. Eat your heart out, Evy Gruyaert!

De vorige keer dat we Melt-Banana hadden gezien, was vijfentwintig jaar geleden, in de AB met Motorpsycho. Voor de volgende artiest op ons Sonic City-menu moesten we nog verder in het geheugen graven. Vierendertig jaar geleden zagen we als jong studentje Charles Hayward in de Democrazy (met Half Japanese!). Die brabbelende veertiger die wat op de drumvellen zat te meppen, we waren te jong om het te snappen, vrees ik. Anno 2026 is Hayward de kaap van de vijfenzeventig al gepasseerd, maar was aan het concept weinig of niets veranderd. Eerder op de dag had Alex Rex hem al omschreven als "a beast", en zo gedroeg Charles Hayward zich ook. Indrukwekkende onemanshow van deze levende legende (zie ook This Heat). Een half uur in de set hoorden we klaagzangen die nergens heen leken te gaan, wat ook zo bleek te zijn, want hij legde het stuk stil en excuseerde zich dat het iets was waar hij pas de dag voordien begon aan te werken. Nog steeds een bezige bij dus, die Charles Hayward. Hij switchte dan maar naar Time Is Spiral uit 'Abracadabra' om de laatste tien minuten te vullen.

Van eenmanspercussie naar een heus orkest, dat was ons deel toen we aansluitend op Hayward in de grote zaal het Japanse Goat gingen zien. Het moet zijn dat overdaad echt schaadt, want na de intensiteit van Melt-Banana en Charles Hayward, kon dit er even niet bij. De band klopte met onder andere twee percussionisten in overdrive continu aan de deur, maar het kwam niet echt binnen. Gaandeweg begonnen we door de bomen het bos te zien, maar we gaven ons toch voor het eindsignaal over en repten ons richting de Club voor iemand die we vetjes op ons parcours hadden aangestipt.

Billy Fuller stond in 2013 al eens op Sonic City als curator, met zijn andere band Beak>. Fuller gaf dan ook graag toe dat Sonic City een speciale plaats in zijn hart heeft. Op een song van Beak> (The Meander) was het wachten tot halfweg de set, maar zo'n flashback was niet eens nodig. Samen met een geniale toetsenist-gitarist en drummer, baste Fuller zich een baan langsheen onze ruggengraat. Al van bij openers Rummer en Three Blind Mice (tevens de openers van recente plaat 'Fragments') klopte gewoonweg alles. En net als bij Beak> werd het podium tussen de songs door al eens omgetoverd tot een comedy club. Na een klein uurtje laveren tussen grootstedelijke composities en momenten waar je liggend in het gras naar de wolken kan staren, nam Fuller een andere basgitaar ("mijn Beak>-bas van vijftig pond") om af te sluiten met Allé Sauvage, inderdaad, van Beak>.

Dirty Three is dit jaar niet enkel mede-curator van Sonic City, de band bleek ook het grootste lokaas te zijn voor het publiek. Al een kwartier voor de show, liep de grote zaal stilaan vol. Warren Ellis kwam op in een blitse winterjas (think Millet) en commandeerde de geluidsman om het plaatje van Boz Scaggs, dat nog door de zaal galmde, toch maar niet te faden. Ellis gooide de jas aan de kant en even later vlogen ook het kostuumvestje en het microfoonstatief in de coulissen. Terwijl Boz Scaggs nog door de boxen galmde, vulde Dirty Three aan met een zee van noise die een tiental minuten aanhield. Intussen had podiumbeest Ellis al eens de camera van de cameraman op het podium geleend en had hij op het balkon zogezegd Brian Eno gespot ("als jullie jullie ambientplaten bij je hebben, hij zal ze straks signeren").

De loodzware sound werd als vanouds luchtig afwisseld met de met fictie doorspekte vertelsels van Warren Ellis. Zo kwamen we te weten dat hij die middag in Kortrijk (de stad waarvan hij zich een optreden lang de naam niet kon herinneren) een falafel had gegeten. "It said: the world's best falafel. It definitely wasn't". Maar goed, hij was aan de praat geraakt met de jongeman achter de toog en dat had veel goedgemaakt. Hij keerde ook terug naar de achtjarige Warren, die op het kerkhof sigaretten pafte en doden opriep. "The bikers from Adelaide had the best amphetamines in the history of speed", kaderde hij het gebeuren. Even later deelde hij zijn rituele mantra met ons, en mochten we samen Ozzy, Nina Simone, Elvis, Jacques Brel en Sinead O'Connor uit de doden doen ontwaken. Waarna het de beurt was aan Ellis' hond Larry (alsook Sam, de hond van iemand uit het publiek). Dit alles met als decor het fenomenale Indian Love Song dat een half uur uitgesponnen werd.

Ellis herinnerde eraan dat het één van de eerste songs was die ze ooit maakten, en dat hij toen niet kon vermoeden dat hij het vijfendertig jaar later "in deze stad in België" zou spelen. Wij hadden dat evenmin vermoed, toen we Dirty Three eind jaren negentig in de Chateau-tent van Pukkelpop ontdekten. Uit die periode kregen we uit de plaat 'Ocean Songs' het prachtige – en aan Steve Albini opgedragen – Sea Above, Sky Below. Alweer een brok van een klein halfuur die de rest van de festivalaffiche mijlenver het nakijken gaf. Dirty Three was op Sonic City buiten categorie. Ellis nam afscheid ("Ik ben eenenzestig. Wie weet was dit de laatste keer."), trok nog een dikke laag noise op gang, nam de winterjas terug in ontvangst en verdween in de coulissen. Machtige set!

Na dit uitgebreide dessert van de dag, konden we in de Box nog de café gourmand genaamd Pigeon degusteren. De band uit het kuststadje Margate (in vogelvlucht wellicht nog geen honderd kilometer van Kortrijk) bracht erg snedige postpunk, maar schakelde even gemakkelijk naar dubby funk. Geen misse aftershow, maar Dirty Three smeulde net nog iets te fel na op het netvlies en in de trommelvliezen.

Two days down, one to go.

← Terug naar overzicht