Derek

Die hunker verwijst naar het liedjes schrijven.

Steven Verhamme — 27 september 2026

Met 'Hunker' keert Derek terug naar het Nederlands en naar een muziekwereld die al sinds zijn jeugd een belangrijke rol in zijn leven speelt. De plaat is doordrongen van herinneringen, verlangen en mijmeringen, maar kijkt tegelijk met een frisse blik naar het leven van vandaag. De invloeden reiken van de kleinkunst uit zijn jonge jaren tot Dylan, Johnny Cash en de rockmuziek die later zijn pad kruiste.

Die hunker verwijst naar het liedjes schrijven.
Foto: Bram Vermeersch

Bijzonder is de aanwezigheid van drie artiesten die Derek al decennialang bewondert: Jan De Wilde, Vera Coomans en Guido Belcanto. De samenwerking met Jan krijgt een bijzondere betekenis: de artiest naar wie Derek als jonge gast van vijftien op zijn kamertje naar luisterde, zingt nu, vijftig jaar later, mee op zijn eigen plaat.

De titel van het album is 'Hunker'. Waar verlang jij vandaag nog naar in deze fase van je leven?

Derek: Die hunker verwijst naar het liedjes schrijven. Het is een soort therapeutische bezigheid voor mij. Iets wat ik al jaren doe en eigenlijk hetzelfde blijft. Het is een drang, een dwang en een plicht, en vooral een manier om mij goed te voelen. Een soort roeping, een levenswerk. Het is ook contact maken met de goddelijke muze. Een hogere macht, een hogere kracht waarvan je voelt dat die bij jou is en je bijstaat in het creatieve proces.

Je eerste muzikale ervaringen waren kleinkunstconcerten in Gavere op De Zolder. Wat ging er toen door je heen toen je voor het eerst je stem door de speakers hoorde?

Op die Zolder huisde ook de KSA-vereniging. Ik was daar ook bij. In mijn jonge jaren ging ik naar die jeugdbeweging op dat zoldertje. In het weekend organiseerden de vrienden van mijn zus, die negen jaar ouder is dan ik, kleinkunstoptredens op die plek. Ik mocht daar al redelijk vroeg naartoe gaan. Zo kon ik al die grote kleinkunstnamen in die tijd zien. Dat was in de jaren zeventig. Wat ik mij daar vooral van herinner, was de kleine ruimte waar die concerten doorgingen. Op die plaats was er niks anders dan een open haard als verwarming. Ik weet dat de muzikanten altijd voor die haard stonden te spelen. Het publiek zat er dan verder af. Achteraan in het zaaltje was het in de vrieswinters van toen heel koud, en de mensen die aan het spelen waren, zweetten zich te pletter (lacht).

Jan De Wilde was iemand naar wie je opkeek als jonge gast. Vijftig jaar later zingt hij met jou op een nummer. Dat moet iets heel bijzonder zijn voor jou?

Zeker en vast. Ik herinner me goed dat ik als jong ventje mijn eerste platen draaide. Eén van die albums die ik draaide was die van Jan: 'Vogelenzang 5'. Ik had toen ook al een optreden van hem gezien in Gavere en hoorde hem Een Vrolijk lentelied zingen. "Daar is de lente, daar is de zon..." Dat was het openingsnummer. Het laatste nummer van die plaat heette Idee. Dat is zo'n raar nummer, een beetje jazzy ook, met de vreemde tekst van "Ik heb zo de idee dat ik op de wc zal sterven..." Dat dit kon in een liedje vond ik toen een openbaring, en dan zingt hij "Ik vraag me af wie mij zo onvrij en zo vrij, zo onvrij en zo vrij zal vinden. Een engel of een demon, verpleegster of non, Niklaas of Gaston of mijn liefste." Ik vond dat een vreemde tekst. Tot dan had ik alleen maar naar top 30-liedjes geluisterd tot ik Bob Dylan ontdekte, wiens teksten voor mij nog moeilijk waren toen. Dan kwam Jan met zijn verrassende teksten, zoals bijvoorbeeld een nummer over iemand die in een bos woonde: "Jan de Grote Griezel woonde eenzaam in het bos, in een hut van sinaasappelkisten...." Dat was iets helemaal anders dan wat de meeste artiesten op dat moment zongen. Dat heeft me getriggerd en deuren opengezet naar andere kleinkunstenaars. Die ik dan later ook allemaal live gezien heb.

Het album is een muzikale terugblik van kleinkunst over Dylan tot zelfs rock-'n-roll. Welke Derek uit het verleden herken je het meest op deze plaat?

De plaat is voor mij een kleinkunstalbum gespeeld door jazzmuzikanten. De muzikanten waar ik de laatste twintig jaar mee samenspeel, komen immers allemaal uit de jazz, maar ze staan ook open voor een singer-songwriterrepertoire. Soms in het Engels, dan weer in het Frans en nu ook in het Nederlands. Het is geen rock-'n-roll zoals bij Derek & the Dirt, het is helemaal iets anders, het zijn Nederlandstalige luisterliedjes op een jazzy manier gebracht.

'Hunker' gaat ook over je jonge levensjaren en gerijpte mijmeringen. Is dit voor jou een nostalgische plaat of juist eentje die erg naar het heden gaat?

Er zit wel een beetje nostalgie in enkele biografische nummers. Soms hoor je een overzicht van wat er allemaal gepasseerd is in mijn leven. Een van die nummers heeft als titel Mijn Alfabet. Dat is een opsomming van woorden per letter. De A voor adem, de B voor bloed, de C voor cirkel en zo gaat het maar verder. Allemaal woorden die belangrijk geweest zijn in mijn leven. Veel van de nummers gaan rechtstreeks over de muze. Dat is de rode draad. Ik ben zo dankbaar dat de muze bestaat en dat ze me tot nu toe nog niet in de steek gelaten heeft, al ben ik bang om dit luidop te zeggen.

Je hebt op de plaat ook samengewerkt met Vera Coomans en Guido Belcanto, artiesten met een herkenbare stem. Was het moeilijk om je eigen stem overeind te houden naast zulke uitgesproken persoonlijkheden?

Daar was ik op voorhand niet zo mee bezig. Jan, Guido en Vera hebben herkenbare stemmen met een sterke en gerijpte sound. Ze kunnen de woorden die ik geschreven heb dragen en ze op een geloofwaardige manier zingen. Ik herinner me toen we in de studio zaten en Jan De Wilde kwam zingen. Hij was een idool voor mij, maar de bassist die al twintig jaar bij mij speelt, Mario Vermandel, is al lang lid van de band van Jan en had het contact gelegd. Toen Jan zijn stem uit die studiospeakers kwam, was ik geëmotioneerd, zwaar onder de indruk van welke impact zijn stem heeft. In een flits passeerde er vijftig jaar van mijn leven.

Je hebt in je carrière Engels, Frans en Nederlands geschreven en ook gezongen. Wat maakt het Nederlands voor jou de ideale taal voor deze plaat?

Ik schrijf constant liedjes. Op een bepaald moment heb je hele rits nummers in het Nederlands. Dat hoopt zich op. Ik heb deze zomer nog een Franse plaat uitgebracht ook, maar nu had ik meer dan dertig Nederlandstalige liedjes liggen die ik eerst bekeken heb met Yves Meersschaert, de pianist waar ik vroeger het duo Derek & Vis mee vormde. Yves is nog altijd mijn vertrouwensman. Ik heb samen met hem de liedjes bekeken, en we zijn met een twintigtal nummers verder gegaan waar we dan de arrangementen voor gemaakt hebben. Met die uitgeschreven arrangementen zijn we dan naar de studio getrokken met de muzikanten waarmee we dikwijls samenwerken. Ik maak geen plannen op lange termijn over in welke taal ik een plaat maak, het dient zich altijd een beetje automatisch aan, door de veelheid aan liedjes die ik schrijf in zowel het Engels, het Frans als het Nederlands. Ik voel me in de eerste plaats wel muzikant, zonder de muziek zou ik minder snel geneigd zijn om te schrijven. Er zit geen roman in mij te broeden, ik hou van het korte verhaal, van de liedjestekst, het gedicht, en dan denk ik in de eerste plaats aan Bob Dylan die de poëzie en de rock-'n-roll heeft samengebracht. Iemand die altijd met een sterk verhaal afkwam dat me trof door de manier waarop het werd gebracht. Toen ik Dylan hoorde, wist ik: dit wil ik ook kunnen. Hij heeft de aanzet gegeven, ik herinner me dat moment waarop dat tot me doordrong, in dat kleine kamertje in de Onderstraat in Gavere.

Op 23 oktober ga je het podium op samen met Jan, Vera en ook Guido in de Grote Post in Oostende. Wat betekent het voor jou om met die drie tenoren te spelen?

Het is supertof dat ze alle drie komen om mee te zingen. Ik ben dankbaar dat ze dat willen doen, maar het verhaal is groter dan dat. Er zijn de muzikanten met wie ik al zo lang samen speel: Tony Gyselinck op de drums, Mario Vermandel op de bas, Hans Van Oost aan de gitaar, Yves Meersschaert op piano en Nils De Caster op de viool. Dat is een verhaal van vriendschap en jarenlang samenwerken. Het blijft natuurlijk wel uitzonderlijk dat ik met een aantal grote namen samen op het podium sta. Ik kijk er naar uit om dat te doen. Guido ken ik al heel lang, al meer dan twintig jaar. Met hem heb ik al veel zitten filosoferen. We hebben ook eens een jaar elke dag samengespeeld op de Gentse Feesten in Het Huis van Alijn. Guido bleef dan vaak bij mij thuis overnachten en zo worden vriendschapsbanden gesmeed. Vorig jaar ben ik ook bij hem geweest in zijn huis in de Pyreneeën. Guido heeft me ook altijd gesteund. Ik ben ook vaak gaan meefietsen in de Belcanto Classic, een koers om te beminnen, niet om te winnen in Westouter. Toen ik naar daar ging fietsen, nam ik altijd mijn laatste cd mee als cadeautje voor hem. Hij schreef me dan altijd een handgeschreven brief met zijn bevindingen daarover. Dat was altijd zeer motiverend en lovend. Voor mij is het niet zo raar om met Guido op een podium te staan, ik speelde deze zomer nog zijn voorprogramma ter gelegenheid van het dertigjarig bestaan van zijn koers. Met Vera heb ik samen al in de studio gewerkt voor een project van Rudolf Hecke, dat was een hele mooie ervaring die is blijven hangen. Ik hou van haar stem, van haar manier van zingen. Een rijpe stem die de kracht van woorden goed kan vertolken in een lied. Voor mij wordt het een bijzonder moment om met die mensen op het podium te staan.

Hier kan u het allemaal live meemaken:

15 oktober 2026, CC De Steenoven, Herzele (try-out)

23 oktober 2026, CC De Grote Post, Oostende (première)

31 oktober 2026, CC Leietheater, Deinze

← Terug naar overzicht